AZFanpage
·19 Januari 2026
Hoe AZ gevangen zit in z’n eigen systeem

In partnership with
Yahoo sportsAZFanpage
·19 Januari 2026

Het ontslag van Maarten Martens is niet uit de lucht komen vallen, maar dat maakt het niet minder pijnlijk. Ruim twee jaar stond hij aan het roer van het eerste elftal, verlengde tussentijds nog zijn contract (net als zijn in de winterstop ontslagen assistenten Kenneth Goudmijn en Nick van Aart) en leek lange tijd het volle vertrouwen van de clubleiding te genieten.
Maar de balans is onvermijdelijk. Want hoe kun je na een historische 6-0 overwinning op Ajax zó zielloos onderuitgaan tegen PEC Zwolle? Die wisselvalligheid werd uiteindelijk funest. Het ontslag van Martens was niet te voorkomen, maar het moet wél tot bezinning leiden. Want wie goed kijkt, ziet dat dit geen losstaand incident is, maar onderdeel van een patroon. En dat patroon begint bij hoe AZ naar zichzelf kijkt.
Want je kunt als club nog zo vaak zeggen dat je bij de top vier hoort. Als het voetbal dat niet laat zien, blijft het bij woorden. Zelfs een vierde of vijfde plek is dan niet genoeg. Ja, op papier haal je je doelstelling. Maar iedereen die een beetje oplet, ziet dat het structureel wringt. En dat is al jaren zo.
Niet omdat we als AZ-supporters allemaal zeikerds zijn (ook al zijn we dat natuurlijk wel een beetje), maar omdat we zien dat het beter kán en beter móét. Het feit dat AZ nog steeds meedraait in de subtop heeft ook gewoon te maken met het niveau van de Nederlandse competitie. Alles is wisselvallig. Met een paar goede weken eindig je zo in de top drie, zonder dat je het voetbal laat zien dat je mag verwachten van een club met deze ambities.
Zelfs binnen de club wordt dat erkend. Bij de bekendmaking van het ontslag liet Max Huiberts weten dat er “meer potentie in deze selectie zit dan we de afgelopen periode hebben teruggezien.” Dat klopt. Maar wat hij nu zegt, zien we als supporters al járen. Dit is geen incident. Het is een patroon.
Te veel talent, te weinig rendement. Te veel controlerend denken, te weinig dwingend voetbal. Elk seizoen opnieuw.
Want dat is misschien wel het grootste probleem: het lijkt alsof AZ vergeten is wat het eerste elftal zou moeten zijn. Het is geen leerschool. Het is de top van de piramide, het visitekaartje van de club. Dáár moet het gebeuren. Dáár moet de ambitie zichtbaar zijn.
Sinds het vertrek van Arne Slot, de laatste trainer die het team echt liet swingen, is de lijn weg. Pascal Jansen leverde op papier prima werk, maar het spel was vaak slaapverwekkend. Risicomijdend, controlegericht, zonder bezieling. Martens werd gepresenteerd als een nieuwe stap, maar bracht precies hetzelfde: vlak voetbal, matige intensiteit, geen lef.
We zeggen elk jaar dat we de top drie willen aanvallen, maar zelden zien we dat terug op het veld. En dan wordt het frustrerend om supporter te zijn. Je komt niet naar het stadion om te kijken hoe een beleidsplan wordt uitgerold. Je komt om op de banken te staan.
En nu schuift AZ opnieuw een trainer intern door. Leeroy Echteld, tot voor kort trainer van Jong AZ, neemt het tot het einde van het seizoen over. Op papier opnieuw iemand uit eigen kweek, maar wél van een ander type.
Echteld staat bekend als fel, direct en onverbiddelijk als het gaat om afspraken en gedrag. Iemand met meer vuur dan zijn voorganger. Dat is op zich hoopvol, en misschien ook precies wat deze groep nodig heeft.
Bij Jong AZ sprak Echteld zich meermaals publiekelijk uit over inzet en scherpte. En ook binnen het eerste elftal gonst het al langer dat het daaraan ontbreekt. Kees Smit gaf eerder dit seizoen in een interview aan dat het “opvallend stil” is in de kleedkamer. En na de beschamende nederlaag tegen PEC Zwolle liet Peer Koopmeiners bij ESPN weten dat het “schandalig” was wat AZ daar op de mat legde, zeker na de 6-0 tegen Ajax een paar dagen eerder.
Volgens Koopmeiners stormde het in de rust van dat duel, maar dat was te laat. “Dit zijn de wedstrijden die je moet winnen als je ergens om mee wilt doen,” zei hij. En hij had gelijk. Het contrast kon bijna niet groter zijn.
Het patroon zit echter dieper: die opleidingscultuur heeft alles overgenomen. Alsof zelfs het hoofdtrainerschap nu een onderdeel is geworden van het ontwikkelproces in plaats van het topsportproces.
En dat is precies waar het begint te wringen. Want je kunt je voorstellen dat als spelers in de laatste jaren van hun jeugdopleiding steeds met dezelfde trainers werken, en diezelfde mensen vervolgens weer met ze meegroeien naar hogere elftallen, er op een gegeven moment te veel vertrouwdheid ontstaat. Zaken gaan vanzelf, prikkels verdwijnen. Je wordt comfortabel.
Als speler weet je dat je toch wel speelt, dat de trainer je kent, begrijpt, misschien zelfs beschermt. En dan komt het risico dat je niet meer het maximale uit jezelf moet halen om te overleven. Dat je onbewust gas terugneemt. Niet omdat je geen talent hebt, maar omdat je simpelweg niet meer uitgedaagd wordt.
En dan dat andere punt: de transfers. Ja, AZ moet verkopen. Dat snapt iedere supporter. De club leeft van het opleiden en doorverkopen van talent, en daarin blinkt AZ uit. Het is de levensader van een club die zonder dat geld structureel tekort zou komen.
Maar het schuurt. Want te vaak hoor je over de tientallen miljoenen die binnen zullen komen voor spelers die het op het veld nog niet hebben waargemaakt. Jongens die naar Europese topclubs worden toegeschreven, terwijl ze nu gewoon medeverantwoordelijk zijn voor een achtste plek in de Eredivisie. De marktwaarde klopt niet met de prestatie, en dat is zichtbaar.
Dat is niet alleen de schuld van de trainer. Het is een optelsom van keuzes in begeleiding, samenstelling, verwachtingsmanagement. En misschien ook van te veel comfort.
En dan moet het ook over de clubleiding gaan. Tijdens de winterstop werd al ingegrepen: assistenten Kenneth Goudmijn en Nick van Aart moesten vertrekken. Een duidelijke poging van Max Huiberts om het tij te keren, maar het was niet voldoende. Ook dat valt hem aan te rekenen.
Want waar de trainer verantwoordelijk wordt gehouden voor de prestaties op het veld, ligt het bij de directie om de juiste voorwaarden te scheppen. En dat gaat verder dan spelers verkopen voor tientallen miljoenen. Het gaat ook over het aanstellen van een staf die in balans is. Die scherpte brengt. Die elkaar aanvult.
Daar zie ik het structureel misgaan. Steeds opnieuw dezelfde mensen doorschuiven, steeds binnen dezelfde lijn denken, steeds dezelfde comfortzone. Het is tijd om dat patroon te doorbreken.
AZ zit gevangen in z’n eigen systeem. Het is tijd om de boel open te breken. Om niet weer naar binnen te kijken voor een oplossing, maar juist naar buiten. Om af te stappen van de veilige keuzes en iemand aan te stellen die het spel weer laat bruisen.
Max Huiberts neemt na dit seizoen afscheid. Daarmee eindigt een tijdperk en ontstaat er ruimte voor verandering. Het is aan Merijn Zeeman om die verandering vorm te geven. Bij Visma | Lease a Bike liet hij al zien hoe een prestatiecultuur van binnenuit kan worden opgebouwd. Sinds zijn entree in Alkmaar heeft hij meermaals aangegeven dat ook bij AZ het besef moet groeien dat verbetering niet vanzelf komt, en dat iedereen binnen de organisatie daar verantwoordelijkheid in draagt.
De bal ligt nu bij Zeeman. Als het hem lukt om dat prestatiedenken door te trekken naar het voetbal, kan AZ echt stappen zetten. Maar dan moeten we wel durven kiezen. Niet voor wat vertrouwd is, maar voor wat nodig is.
[Foto Stanley Gontha / Pro Shots]









































